Home> 3 Een bloeiende boekhandel > Hoe de geschiedschrijver van Van Stockum het vak leerde bij 'concurrent' Martinus Nijhoff.

3Een bloeiende boekhandel

Hoe de geschiedschrijver van Van Stockum het vak leerde bij 'concurrent' Martinus Nijhoff.

Print deze paragraafPrint

Laat ik toch maar toegeven aan de verleiding een paar alinea’s te weiden aan mijn eigen kennismaking met het beroep van boekverkoper, want dat vak was het enige waarvoor ik geschikt zou zijn, volgens de uitkomst van een beroepentest die ik had afgelegd in de voorlaatste maand van mijn militaire diensttijd. Dat was in september 1959; kort daarna las ik een advertentie in Elseviers Weekblad waarin de firma Martinus Nijhoff in Den Haag een bediende vroeg voor het sortiment (= boekwinkel, maar dat mocht bij Nijhoff niet zo worden genoemd!) Ik solliciteerde en werd aangenomen per 1 januari 1960.
Ik kwam terecht bij een bedrijf dat ik tot op de dag van vandaag beschouw als het mooiste boekenbedrijf dat ons land ooit heeft gekend! Zowel het indrukwekkende pand aan Lange Voorhout 9-11 als wat daarin omging was nog typisch een 19e eeuwse boekentempel: een wereldberoemd antiquariaat, een internationaal hoog aangeschreven uitgeverij en een eersteklas boekhandel waren daarin gehuisvest.





Na het ter ziele gaan (1979) van het mooiste Nederlandse boekenbedrijf ooit is dertig strekkende meter antiquariaatscatalogi en tienduizenden boekenfiches geschonken aan de Koninklijke Bibliotheek.


Voeg daarbij een gigantische exportafdeling, een zeer uitgebreide tijdschriften- en vervolgwerkensectie en een agentschap voor de uitgaven van grote internationale organisaties als United Nations, Unesco, World Health Organization, International Atomic Energy Agency en de Food and Agricultural Organization en men krijgt een zeker idee omtrent de omvang van dit superbedrijf onder de boekbedrijven in ons land.
Vergeet daarbij niet dat al deze afdelingen werden ondersteund door daartoe in verhouding staande secties als een bestelafdeling, exploitatie- en publiciteitsafdeling, uitpak/inpak- en correspondentieafdeling, expeditie, huisdrukkerij en een boekhoudkundige administratie. Bij mijn aantreden werkten er ruim honderd personen onder directie van Wouter Nijhoff Pzn. ( Nijhoff Pzn., W. ) , zelf een zeer goede antiquaar.
En in dit boekenwalhalla mocht ik komen werken! Dat heb ik elf jaar gedaan en er alles geleerd wat er in een wetenschappelijke boekhandel te leren viel; want het was in het boekenvak toen zo dat, als je bij Nijhoff had gewerkt het volgen van een vakopleiding niet nodig was.
Ik voelde me dan ook zeer bevoorrecht en in zekere zin uitverkoren, een instelling die echter leidde tot een arrogante houding ten opzichte van andere boekhandels in de stad. Dat ben ik mij pas naderhand bewust geworden en ik schaam me nog steeds een beetje als ik daaraan terug denk; want als iemand mij in die tijd zou hebben gezegd dat ik ooit nog eens bij Van Stockum zou komen te werken had ik hem of haar zeker voor gek verklaard. Dat zou ik mij toen gewoon niet hebben kunnen indenken!
Gedurende mijn Nijhoff-tijd was ik bevriend geraakt met André Houtschild ( Houtschild, A. ) die wel bij Van Stockum in dienst was en in 1971 zelfs directeur werd als opvolger van Hans Jacoby ( Jacoby, H. ) . Die vriendschap met André heeft er toe bijgedragen dat ik - na mijn vertrek bij Nijhoff en een periode van twee jaar in een dorpsboekhandel in Leek (bij Groningen) - uiteindelijk toch in november 1972 door hem werd teruggehaald naar Den Haag om de bestelafdeling en de afdeling bibliografie van Van Stockum te leiden.

De term bibliografie is zojuist gevallen en het is hier wellicht een goed moment om even terug te komen op mijn opmerking gemaakt in het eerste hoofdstuk, waarin ik aangaf dat de wetenschappelijke boekhandelaar aan het begrip ‘bibliograferen’ een afwijkende betekenis toekent dan een antiquaar.
Vrijwel alle wetenschappelijke boekhandels kennen naast het ‘winkelgebeuren’ een bestelafdeling, waar een kleine gespecialiseerde staf zich bezig houdt met het bestellen van niet-voorradige boeken en/of tijdschriften voor particulieren en institutionele klanten zoals bibliotheken, zowel openbare als gespecialiseerde b.v. de Koninklijke Bibliotheek en universiteitsbibliotheken, bedrijfsbibliotheken en andere (overheids)-instellingen.
Heel vaak ontbreekt het die bestellingen aan duidelijkheid en andere relevante informatie en het is de taak van de mensen van de bestelafdeling zo’n aanvraag te bewerken , zodanig dat het juiste en gewenste boek kan worden besteld bij de juiste leverancier. Als je dat zo leest lijkt het eenvoudig! Maar dat dit in de praktijk nogal kan tegenvallen, daarover kan ik meepraten: bibliograferen heb ik meer dan veertig jaar met heel veel plezier gedaan, dankbaar gebruik makend van wat ik bij Nijhoff had opgestoken.

Het bibliograferen van boekbestellingen.


Wat verstond men in de wetenschappelijke boekhandel dan precies onder het bibliograferen van een boekbestelling? Puntsgewijs was dat:

1) Het opzoeken van - indien niet door de klant vermeld - het correcte ISBN (= Internationaal Standaard Boek Nummer). Over dit begrip kom ik later terug met een korte uiteenzetting.
2) Indien de klant wel een ISBN vermeldt, dan nagaan of dat correct is.
3) Nagaan bij welke leverancier (uitgever, distributeur, grossier of instantie) de publicatie besteld dient te worden.
4) Nagaan of naam en referenties van de klant correct zijn weergegeven.
5) Vervolgens aan de bestelling het juiste klant- (debiteuren)nummer en crediteurennummer toekennen.

Maar het mooiste aspect van het werk als bibliograaf was toch wel het zoeken naar en vinden van de uitgevende instantie van door de klant gevraagde ‘grijze literatuur’.
Wat is ‘grijze literatuur’? Daaronder versta(at) ik (men) die publicaties die niet of nauwelijks te traceren zijn via één of andere databank, of - indien wel vermeld - zonder besteladres of bronvermelding. Bij het naspeuren van die bron van herkomst moet je vaak alle sluizen van je fantasie en je ‘algemene ontwikkeling’ open zetten. Om met Sherlock Holmes te spreken: je moet deduceren en combineren:

1) Ziet het gevraagde er uit als een boektitel of kan het een tijdschriftartikel zijn?
2) Heeft de schrijver (indien bekend) misschien al iets op zijn naam staan? Bij welke uitgever dan wel? Eventueel de betreffende uitgever bellen en vragen naar adres of telefoonnummer van de schrijver en dan contact leggen voor nadere informatie.
3) Staat de naam van de schrijver (indien bekend) wellicht in de Staatsalmanak, de Universiteitengids of een ander naslagwerk, zodat nadere informatie kan worden verkregen?
4) Indien de naam van de uitgevende instantie slechts in afgekorte vorm wordt vermeld, valt daaruit dan iets te concluderen in samenhang met de gevraagde titel?
5) Kan van de uiteindelijk gevonden stichting, vereniging, werkgroep of andere instantie het adres gevonden worden in Pyttersen’s Nederlandse Almanak? 6) Last but zeker not least: levert wat ‘googelen’ iets op? De lezer begrijpt waarschijnlijk wel dat het beoefenen van de punten 1 t/m 5 zoals hierboven geschetst vooral opgeld deed voordat punt 6 überhaupt in beeld kwam!

Voor iemand die van naspeuren, uitzoeken en puzzelen houdt is het bovenstaande zeer, zeer boeiend werk. Niet alleen dat het interessant werk is, maar het is voor de (wetenschappelijke) boekhandel in kwestie - en ik beperk me nu maar even tot Van Stockum - van groot belang een dergelijke service aan institutionele- en overheidsinstanties te kunnen bieden. Bij het werven van nieuwe klanten is dit aspect vaak een doorslaggevend element om potentiële belangstellenden over de streep te trekken.



Brinkman’s Catalogus was tot begin jaren ’90 van de vorige eeuw de belangrijkste hulpbron voor het traceren van Nederlandse en Vlaamse publicaties. Inmiddels achterhaald door de immense mogelijkheden van internet en andere multimedia toverij.


‘Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over’, is een bekend gezegde. Dat slaat ook op wat ik hierboven over het bibliograferen naar voren heb gebracht, maar ik moet natuurlijk ook nog even vermelden welke andere hulpmiddelen de bibliograaf nog ten dienste stonden, zoals bovengenoemde ‘Brinkman’.
Ik moet wel schrijven ‘stonden’ want de tijd van bibliografieën in gedrukte vorm ligt voorgoed achter ons. Let wel, ik heb het nu dus alleen over die bibliografieën die o.a dienst deden om allerlei gegevens over (handels) publicaties te traceren, teneinde ze - zonodig - te bestellen.
Wat de ‘Brinkman’ voor Nederland was, was de ‘Cumulative Book Index’ voor de U.S.A.; Groot Brittannië had zijn ‘British National Bibliography’ (sinds 1950), Frankrijk zijn ‘Bibliographie nationale française’ en de Duitse bibliografie heette Deutsche Nationalbibliografie. Voor dagelijks gebruik beschikte de wetenschappelijke boekhandel over handboeken als British Books in Print; Verzeichnis lieferbarer Bücher; Livres Disponibles etc.
Voor het algemene Nederlandse boek kon men natuurlijk niet zonder de voorraadcatalogus van het Centraal Boekhuis, waarvan driemaal per jaar een herziene versie uitkwam: een dikke pil met enerzijds de leverbare boeken alfabetisch op auteur gerangschikt, anderzijds hetzelfde gerangschikt op titel. In de jaren ’80 is er nog enige tijd gewerkt met microfiches voordat allerlei bibliografische gegevens op CD-rom verkrijgbaar kwamen en nu... nu is het al internet wat de klok slaat. Een werkelijk griezelig snelle ontwikkeling die niemand heeft kunnen voorzien!
Zelf heb ik Hans Jacoby niet meer meegemaakt als directeur van Van Stockum, hij was net teruggetreden voordat ik daar in dienst trad. Wel had ik ooit kennis met hem gemaakt toen hij bij Nijhoff als vertegenwoordiger van enkele buitenlandse fondsen nieuwe titels kwam aanbieden en ik samen met mijn chef Th.P. Strijker ( Strijker, Th.P. ) de inkoop deed. Erg lang heeft mijn samenwerking met Houtschild helaas niet geduurd omdat hij - na een hoog opgelopen conflict met de concernleiding van Elsevier, waarvan Van Stockum toen deel uitmaakte - zijn ontslag nam. Dat doe ik later uit de doeken.

paragrafen in dit hoofdstuk

imageDe negentiende eeuw: de ontwikkeling van het boekenvak in Nederland.

imageDe 19e-eeuwse boekwinkel en de gang van zaken toentertijd.

imageW.P. van Stockum sr. in het Den Haag van de 19e eeuw: opbloeiende welvaart.

imageDe eerste helft van de twintigste eeuw: het tijdperk Petri.

imageDe boekhandelaren organiseren zich en het boekenkartel ontstaat.

imageIndiensttreding Oostenrijker Hans Jacoby.

imageStichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek.

imageDe invloed van de Tweede Wereldoorlog op de boekhandel.

imageDe tweede helft van de twintigste eeuw: Boekhandel van Stockum en Belinfante.

imageDe 's-Gravenhaagsche Boekhandelaars- Vereeniging, een beknopte historie.

imageHoe de geschiedschrijver van Van Stockum het vak leerde bij 'concurrent' Martinus Nijhoff.

imageAfbrokkeling boeken- kartel, ontwikkeling van Bestelhuis en Centraal Boekhuis en de opkomst van Scholtens.

imageEen 'revolutie' in boekenland: de introductie van het ISBN en het EAN.

imageEinde van het tijdperk Jacoby, begin van een nieuw - kort- tijdperk: Andre Houtschild.

imageVan Stockum onder Theo van der Linden: verhuizing van het Buitenhof naar de Venestraat.

imageVan Stockum viert 150 jarig bestaan onder nieuwe directeur: André Marsé.

imageVan Stockum, Belinfante en Coebergh (SBC): Pasar Malam Besar en Frankfurter Buchmesse.

imageOver de aanbieding en de vertegenwoordigers: enkele persoonlijke herinneringen.

imageVan Vereeniging (met de lange naam) tot KVB (Kon.Ver. van het Boekenvak).

imageRond de eeuwwisseling: Uitbreiding en overnames.

imageWie wil er boekhandelaar of uitgever worden?

Home | Contact | Zoek in 17 miljoen leverbare titels