Home> 2 Een 'vergeten' uitgeverij > Het tijdperk W.P. van Stockum jr. 1878-1906.

2Een 'vergeten' uitgeverij

Het tijdperk W.P. van Stockum jr. 1878-1906.

Print deze paragraafPrint

Geboren in januari 1848 - het revolutiejaar - kwam Van Stockum jr. ( Stockum jr., W.P. van ) al in 1863 als vijftienjarige bij zijn vader ( Stockum sr., W.P. van ) in de zaak en per januari 1874 werd hij deelgenoot, waardoor de firma de naam kreeg van W.P. van Stockum & Zoon.
Hij had een totaal ander karakter dan zijn vader, die een gemoedelijk man was en een goed spreker en om wie nog wel eens gelachen werd tijdens de boekenveilingen die hij overigens kundig en met grote zorg leidde. (U las reeds daarover in het hoofdstuk over het Antiquariaat/Veilinghuis).
W.P.-junior’s uiterlijke manier van doen was tegengesteld aan die van zijn vader; hij had iets stroefs en hoekigs, (‘leek onaandoenlijk en wilde steeds te correct zijn’, schrijft J.B.J. Kerling ( Kerling, J.B.J. ) - die later het veilinghuis zou voortzetten - in een persoonlijke notitie) en als hij al eens met veel tegenzin een toespraak hield, was dit voor spreker en toehoorder een pijnlijke ervaring. Maar innerlijk was hij zeker niet minder humaan, en omdat hij ongehuwd bleef, kon hij geheel opgaan in zijn vak en de boekenwereld, waarin iedereen hem hoogachtte om zijn kennis en eruditie. Hij was werkzaam als geen ander en liet zich niet afleiden van zijn streven om de goede naam die zijn vader aan de zaak had gegeven te handhaven en zo mogelijk te versterken door nieuwe wegen in te slaan en daardoor de firma in binnen- en buitenland meer bekendheid en meer relaties te geven.
Als uitgever heeft hij zeker de reputatie van de firma vergroot door enkele zeer opmerkelijke publicaties het licht te doen zien, als eerste noem ik de titels die door hem zelf samengesteld, bewerkt of geschreven zijn.

Junior’s standaardwerk


Amsterdam in de Zeventiende eeuw; uitg. 1897-1904, geb.in 3 dln; een standaardwerk samengesteld door een keur van destijds vooraanstaande historici, onder wie A. Bredius, H. Brugmans, G. Kalff, G.W. Kernkamp en D.F. Scheurleer; de aankleding en verluchting daarvan heeft Van Stockum jr. geheel alleen verzorgd. Meer dan 1300 schilderijen, tekeningen, gravures en kaarten bracht hij voor dit werk bijeen, waartoe hij overal heen reisde en menig prentenkabinet in het buitenland bezocht!



Bestelbiljet voor losse banden Amsterdam in de zeventiende eeuw.


Catalogus der bibliotheek van Constantijn Huygens ( Huygens, C. ) , verkocht op de groote zaal van het Hof te ’s- Gravenhage 1688. Opnieuw uitgegeven naar het eenig overgebleven exemplaar. Uitg.1904. Deze catalogus kwam door een gelukkig toeval aan het licht tijdens een inventarisatie destijds in het Museum Meermanno te Den Haag en Van Stockum jr. zag onmiddellijk het belang van een zo getrouw mogelijke reproductie, omdat het boek moet worden aangemerkt als een zeer belangrijke bijdrage aan onze kennis van de eigenaar van die bibliotheek, maar ook van de tijd en de kring waarin Huygens leefde.
Van zijn hand verscheen ook een in het Frans geschreven studie over de geschiedenis van boekhandel, drukkerij en pers in Nederland: La librairie, l’imprimerie et la presse en Hollande à travers quatre siècles. Documents pour servir à l’histoire de leurs relations internationales recueillis et annotés. Uitg.1910. Wij beschikken over een fraai exemplaar in ons archief!
In 1914 onderscheidde hij zich met de door hem samengestelde uitgave van een getrouwe reproductie van de in 1620/’21 in Nederland gedrukte eerste Engelse kranten, bewaard in het British Museum: The first newspapers of England printed in Holland 1620-1621: a faithful reproduction made from originals, acquired in 1913 by the British Museum, London, and published on the occasion of the International Exhibition of Graphic Art Leipzig, 1914.
Een standaardwerk kan ook genoemd worden zijn in 1914 bij uitg. Martinus Nijhoff verschenen De Boekhandel te Amsterdam voornamelijk in de 17e eeuw, biografische en geschiedkundige aantekeningen verzameld door M.M. Kleerkooper, aangevuld en uitgegeven door W.P. van Stockum jr.

Enkele mijlpalen van W.P. junior.


Gedurende zijn periode als uitgever verschenen bij de firma geschiedkundige publicaties van o.a. G. Busken Huet en C.A. van Sypesteyn; verschillende boeken over Den Haag van de auteurs J. Gram, P.A. Haaxman ( Haaxman jr., P.A. ) , Arnold Ising en M. Jochems (= de oude Hagenaar). Eveneens opmerkelijk veel titels met betrekking tot ‘Leger en Vloot’, zo’n zeventien stuks in het laatste kwart van die 19e eeuw!
Uiteraard ontbraken boeken en studies over Nederlands-Indië evenmin. Zo zijn daar de kloeke werken van A.S.H. Booms: Neerlands Krijgsroem in Insulinde. Schitterende daden van moed, beleid, trouw en zelfopoffering in de 19e eeuw sedert de instelling van de militaire Willemsorde. Uitg.1902 (2 dln.); voorts van M.R. van Rhede van der Kloot: De gouverneurs-generaal en commissarissen-generaal van Nederlandsch-Indie 1610-1888. Historisch-genealogisch beschreven, met wapenafbeeldingen door M. J. Lion. Uitg.1891. J.P. Schoemaker maakte deel uit van het fonds met een viertal publicaties over Atjeh; van Augusta de Wit kennen we een mooie uitgave over Java (in het Engels en het Nederlands) enz.

Voorts noem ik zeker nog de bekende schrijver Victor de Stuers ( Stuers, V. de ) , vertegenwoordigd met een dertiental titels op politiek gebied. Hij was nogal geliefd bij het gewone publiek, omdat deze referendaris van de afd. Kunsten & Wetenschappen van het Min.van Binnenlandse Zaken met een geestige, spottende pen een toelichting gaf op allerlei brandende vaagstukken die aan het einde van de 19e en begin 20e eeuw aan de orde waren.
Neem bijvoorbeeld zijn brochure uit 1891 over het Binnenhof, waarin hij er aan herinnert hoe reeds in 1860, ik citeer:

'De schennende hand aan de Ridderzaal werd geslagen door den toenmaligen architect der Landsgebouwen Rose, die het nageslacht gezegend heeft met zijn gebouwen van den Hoogen Raad, het ministerie van Koloniën en.....de ijzeren kap der groote Hofzaal. Men moet rillen bij de gedachte dat, indien deze architect niet afgetreden was, hij het geheele Binnenhof zou hebben omver gehaald en vervangen door een aantal steenen en ijzeren kasten!'

Sarcastisch beschrijft De Stuers vervolgens de toestand van het oude kasteel van de Graven van Holland en van het stadhouderlijk kwartier:

‘Bij een inspectie vond men er een afdeeling van het Roode Kruis, een afdeeling van den Scherpschuttersbond, een verzameling geraamten en misgeboorten op liquor (nu zou men zeggen ‘op sterk water’) toebehoorende aan een particulier, en vooral vond men er tal van gezinnen, achtergebleven familiën en kleinkinderen van lang overleden boden en concierges, en zelfs een koppel verouderde modisten, allen zonder eenigen titel hoegenaamd.
Al dat goedje werd niet dan met grote moeite verwijderd, behalve de familie van een vrouw die voorgaf aan kanker te sterven, doch nu na 14 jaar nog op het Binnenhof leeft! Dit alles werd toen opgeruimd, maar het duurde niet lang of de logé’s waren weer teruggekomen, ‘zoodat er thans op het Binnenhof, behalve een opzichter en acht regelmatige concierges, nog wonen een oud-concierge, een kamerbewaarder, een titellooze weduwe en vier boden.’

Deze spottende tekst is ook nu nog heel goed te waarderen, laat staan voor de Hagenaars uit die tijd, die dikwijls zelf met dit soort misstanden werden geconfronteerd.
















Links: Het Binnenhof ten tijde van Victor de Stuers (Prent van Stortenbeker & Heijligers). Rechts: Victor de Stuers, de man wie het Binnenhof zo aan ’t hart ging.


Curieus is ook dat P. Heering ( Heering, P. ) , de in die tijd beroemde remonstrantse dominee, Van Stockum jr. bereid vond achttien(!) keer iets van hem te publiceren. Deze Heering had een grote aanhang in Den Haag en zijn kanselredevoeringen over een bepaald onderwerp van de dag waren, zodra de gedrukte uitgave werd aangekondigd, binnen enkele dagen al uitverkocht.



Ds. P. Heering

Van Stockum’s meest bekende uitgave.


Tenslotte, in 1903, verscheen het eerste deel van een boekenserie waardoor Uitgeverij van Stockum wellicht het meest bekend is geworden: Nederland’s Adelsboek, waarvan de volledige titel verder luidt: bevattende de volledige stamreeks der geslachten, welke tot den Nederlandsche Adel behooren, met hunne woonplaatsen, alsook de beschrijving der wapens, met portretten van sommige leden der voornaamste geslachten. De eerste redactie van dit jaarlijks te verschijnen Adelsboek bestond uit W.J.J.C. Bijleveld, E.B.B.F. baron Wittert van Hoogland en W. Wijnaendts van Resandt.
Jarenlang is deze uitgave alleen door Van Stockum verzorgd, vervolgens na verloop van tijd in samenwerking met het Centraal Bureau voor Genealogie; eind jaren ‘70 van de vorige eeuw hield uitgeverij Van Stockum op te bestaan en sindsdien is het volledig een aangelegenheid van het Centraal Bureau geworden.

Kan men spreken van een uitgeverspolitiek?


Wat was nu eigenlijk de uitgeverspolitiek? Wat gaf men wel, wat gaf men niet uit? W.P. van Stockum sr. had als standpunt ‘in contact te blijven met menschen van meerderlei geest en richting’ en deze instelling hebben zijn zoons en hun opvolgers ook altijd gehad.
Vandaar dat er bij deze uitgeverij altijd ruimte is geweest voor elke meningsuiting van wie dan ook. Als gevolg daarvan kent dit fonds opmerkelijk veel brochures, pamfletachtige publicaties, (open) brieven, redes en commentaren, toelichtingen, adressen en beschouwingen. Zo komt men nogal veel uitgaven tegen waarvan de titel begint met ‘iets over’ of ‘een laatste woord over’ of ‘nog een woord over’ etc.
Een postuum compliment is m.i. op zijn plaats voor deze vrijdenkers die het vanzelfsprekend vonden als uitgever op te treden voor eenieder die iets het licht wilde doen zien!






















Titelpagina’s van een drietal hierboven en hierna gememoreerde uitgaven.


Van Stockum junior’s betekenis voor het vak.


Van Stockum jr. werd in de laatste jaren der 19e eeuw de wetenschappelijke leider van de zaak door zijn bemoeiingen met en daadwerkelijke deelneming aan vergaderingen en congressen van vakgenoten, nationaal en internationaal. Evenals zijn vader was hij lid en erelid van de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels en van de ’s-Gravenhaagsche Boekhandelaars-Vereeniging; in deze twee verenigingen hebben beide Van Stockums gedurende een groot aantal jaren diverse bestuursfuncties bekleed en het boekenvak is Van Stockum jr. (die mijnheer Pieter, maar ook wel Piet werd genoemd) veel dank verschuldigd, met name als reorganisator en als strijder tegen misbruiken in de boekhandel, vooral tegen het eigenmachtig verlagen der prijzen van soms zojuist verschenen uitgaven.

Ook in interne aangelegenheden van de Vereeniging heeft hij veel goed werk verricht: aan zijn initiatief danken we een belangrijke uitbreiding van de verenigingsbibliotheek. Bij testamentaire beschikking stond hij aan de Vereeniging toe uit zijn gigantische en zeer ruim gesorteerde bibliotheek dat te nemen wat men dienstig zou achten; hieruit ontstond de bekende Van Stockum-collectie, bestaande uit een kostbare verzameling zestiende- en zeventiende-eeuwse atlassen, zeekaarten, stedenboeken en andere geïllustreerde werken.
Tevens kwam toen een grote, door Van Stockum jr. samengestelde cartotheek, bestaande uit bouwstoffen voor een Nederlandse Bibliografie van 1550 tot de 19e eeuw in de bibliotheek, waar zij werd ondergebracht in een - door Wouter Nijhoff geschonken - monumentale kast. In 1908 benoemde de regering Van Stockum jr. tot vertegenwoordiger van Nederland op de dat jaar gehouden conferentie tot herziening van de Berner Conventie tot bescherming van werken van letteren en kunst.
Hij en zijn delegatie maakten grote indruk op deze conferentie en ‘zagen zich behandeld als vertegenwoordigden zij één der grootste mogendheden’, laat Van Stockum weten. Als bewijs daarvoor kon dienen dat van de slechts tien beschikbare kaarten voor het huwelijk van prins August Wilhelm - de derde zoon van de keizer - er twee aan de Nederlandse delegatie werden toegekend.



Een in het Frans uitgesproken rede van W.P. van Stockum Jr. als voorzitter van het Internationaal Uitgeverscongres in 1910


In het hoofdstuk over het genootschap ‘Oefening Kweekt Kennis’ ga ik nog nader in op de grote betekenis die hij ook voor dit genootschap heeft gehad.

Ondanks al deze verdiensten was hij een bescheiden man, want - en ik citeer een tijdgenoot – ‘van niets was hij meer afkerig dan van zijn superioriteit in zijn vak ostentatief blijk te geven.’ Per 31 december 1905 trad hij uit de firma, die toen gesplitst werd in een moderne boekhandel & uitgeverij onder leiding van zijn jongere broer C.M. van Stockum ( Stockum, C.M. van ) , (die in 1882 ook deelgenoot was geworden in de firma samen met W.A. Petri ( Petri, W.A. ) , in dienst getreden in 1903) en het antiquariaat - tevens oude prenthandel met verkoop en veiling - dat in januari 1906 volledig overging in de handen van J.B.J. Kerling, onder de naam Van Stockum’s Antiquariaat.
Het afscheid van Van Stockum jr. werd op plechtige wijze gevierd met het hele personeel dat een geldbedrag ontving, hetgeen de goede band aantoonde die de Van Stockums met hun werknemers hadden. Als dank voor wat hij voor de firma had gedaan ontving hij van zijn broer Marinus een bronzen beeld van de beeldhouwer Sawiroff, getiteld ‘Le Travail’, uitdrukking gevend aan de werkkracht en onvermoeide ijver die hij steeds in hoge mate had getoond.
W.P. van Stockum jr. overleed op 14 oktober 1927.

paragrafen in dit hoofdstuk

imageHoe het allemaal begon.

imageOver uitgever en uitgeven en hoe boeken in omloop worden gebracht

imageHet tijdperk W.P. van Stockum sr. 1833-1878.

imageWelk een rijk bezit een familie-archief kan zijn!

imageHet tijdperk W.P. van Stockum jr. 1878-1906.

imageWaarom er zo nodig een Uitgeversbond moest worden opgericht.

imageHet tijdperk W.A. Petri 1906-1960.

imageDe laatste stuiptrekkingen.

imageUitgeven is ook niet meer wat het geweest is!

imageFondsuitgaven - en uitgaven in depot - van Uitgeverij van Stockum. Deel I.

imageFondsuitgaven - en uitgaven in depot - van Uitgeverij van Stockum. Deel II.

Home | Contact | Zoek in 17 miljoen leverbare titels