Home> 1 Een 'uitgestapt' veilinghuis > De opvolgers van Kerling: het Peter Pruimers tijdperk.

1Een 'uitgestapt' veilinghuis

De opvolgers van Kerling: het Peter Pruimers tijdperk.

Print deze paragraafPrint

In de 35 jaar dat Kerling ( Kerling, J.B.J. ) de leiding had over Van Stockum’s Antiquariaat hield hij 82 veilingen; de laatste op 2 t/m 4 november 1940; hij overleed in 1947.
Zijn assistent H. J. Hanselaar wilde de zaak eigenlijk graag voortzetten maar slaagde daarin helaas niet. J. Kuipers ( Kuipers, J. ) had daarentegen meer geluk: per 1 januari 1941 nam hij het antiquariaat over, nadat hij daarvoor van 1924 tot 1940 werkzaam was geweest bij Van Huffel’s Antiquaraat in Utrecht.
Kuipers (1906-1969) liet het fraaie patriciërshuis in 1943 grondig restaureren waardoor het weer een sieraad werd voor de Prinsegracht en zette de traditie van twee veilingen per jaar voort, maar hield bovendien zo nu en dan antiekveilingen waarbij ook prenten werden verhandeld.













Links: J. Kuipers tijdens een veiling; de opstelling in de veilingzaal komt mij anders voor dan tegenwoordig. Rechts: Kuipers bij de voorbereiding van een veiling; de belangrijkste boeken worden frontaal getoond.


Want van prenten en prentkunst had hij veel verstand: hij maakte als docent deel uit van de vakopleiding voor antiquaren die van start ging in 1947 waarbij hij de cursus ‘Geschiedenis van prentkunst en cartografie tussen 1500 en 1800’ voor zijn rekening nam. Ook maakte hij deel uit van de redactie van het in 1948 opgerichte vakblad ‘Het Nederlandsch Antiquariaat’, waarvan K.P. Jongbloed ( Jongbloed, K.P. ) de eerste hoofdredacteur werd. (Op voorstel van het toenmalige bestuur werd het blad einde 1967 echter opgeheven.)
Tweemaal was hij voorzitter van de Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren en wel in het jaar 1946 en van 1952 tot 1955 en in die functie fulmineerde hij fel tegen het in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw opgekomen fenomeen van het ‘boeken slopen’, d.w.z. het uit oude boeken verwijderen van de prenten en/of illustraties met de bedoeling die los - en vaak ingelijst - te verkopen tegen een vele malen hogere prijs dan het complete boek waard is.

Kuipers’ rechterhand toen was zijn secretaresse mevr. J. P. (‘Pop’) Bärr van der Hoef ( Barr van der Hoef, J.P. ) (1916-1995), de enige gediplomeerde vrouwelijke veilingmeester, beëdigd makelaar en taxateur in Nederland. Na het overlijden van Kuipers in augustus 1969 bleek dat hij haar als zijn opvolger had benoemd. Uit haar periode, die duurde tot eind 1979 zijn nauwelijks bijzonderheden te melden; met uitzondering wellicht van de veiling van de beroemde collectie van J. de Koning uit Leiden, o.a. bestaande uit de grootst bekende verzameling van 18e-en 19e-eeuwse centsprenten, aangevuld met een belangrijke hoeveelheid kinderboeken en 18e-eeuwse emblemata-boeken. ( Die cents-prenten waren destijds door kinderen met de vinger ingekleurd; sinds die veiling gebruikt men de term ‘finger-coloured’ als men een dergelijke prent moet beschrijven. Deze term werd in het vak geïntroduceerd door de huidige directeur van de firma: Peter Pruimers ( Pruimers, P.A.G.W.E. ) .
De veiling van de Koning-collectie vond in drie étappes plaats: eerst op 7 oktober 1975 de kinderboeken en prenten, vervolgens op 10 december van dat jaar de verzameling ‘Leiden en omgeving’ en tenslotte op 2, 3 en 4 juni 1976 de pennenkunst- en sierpapiercollectie.














Links: Mevr. J.P. Bärr van der Hoef (foto ong. 1965). Rechts: C.P. de Jongh, direct links van ingelijste prent tijdens een veiling in juni 1970.



De eerstvolgende eigenaar wordt dan C. P. de Jongh ( Jongh, C. P. de ) (1945-1994), die samen met een stille vennoot pand en antiquariaat van haar kocht, waarna begin 1980 ook drs. P.A.G.W.E. Pruimers, de huidige directeur, in beeld komt - die aanvankelijk een compagnonschap met de Jongh aangaat - maar na het plotseling overlijden van de Jongh in 1994 nu eigenaar-directeur is van Van Stockum’s Veilingen B.V.

Het tijdperk Peter Pruimers.


Peter Pruimers (1950), afgestudeerd in de Duitse taal- en letterkunde en Oudgermanistiek begon eind 1969 als student-veilinghulp bij Van Stockum en vond dit werk zo aardig dat hij ‘opklom’ tot beschrijver ( het correct en volledig beschrijven van het in de catalogus aangebodene) en vervolgens tot veilingmeester.
Dit deed hij tot 1976, maakte toen een uitstapje van een paar maanden naar het onderwijs, maar dat beviel hem zo matig, dat hij al na een jaar solliciteerde bij het bekende antiquariaat van A. L. (Dolf) van Gendt in Amsterdam - waar hij gestudeerd had - blijft daar tot begin 1980 en keert dan weer terug bij Van Stockum.
De tijdsomstandigheden waren echter verre van gunstig; de economie was volledig ingestort, de huizenmarkt voorop en de markt voor het boek volgde natuurlijk ook al snel. Pruimers over deze periode:

‘Vóór het begin van de jaren ’80 bracht alles goudgeld op! Wat je ook veilde, er werden fantastische prijzen voor betaald; toen volgde de recessie en werden de mensen een heel stuk minder kooplustig. Gelukkig is de economie daarna weer uit het dal geklommen en nu zie je de laatste vijf jaar dat er veel geld betaald wordt voor zeldzame dingen die in perfecte staat verkeren’.

Tot begin jaren ’70 van de vorige eeuw hield Van Stockum’s Antiquariaat zelf ook nog een boekenvoorraad aan, echter dusdanig verouderd dat Pruimers er geen moeite mee had die te liquideren. De beste titels werden geveild en wat er overbleef aan een opkoper verkocht.
Ook op zolder bleken nog enkele honderden boeken te staan, maar die waren er buitengewoon slecht aan toe en daardoor in feite onverkoopbaar; de oorzaak daarvan lag in de bedroevend slechte toestand van het dak van het pand waaraan jaren geen onderhoud was gepleegd en waarin zelfs hier en daar gaten waren gevallen! De boeken konden zo met het oud vuil mee! Sindsdien heeft de firma geen boeken meer in voorraad gehouden.
De slechte toestand van het pand werd nu echter snel door de directie aangepakt en in samenwerking met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg werd het gebouw volledig gerestaureerd.

Personeel, veilingen en catalogi.


Het personeelsbestand van Van Stockum’s Veilingen bestaat momenteel (2007) uit vijf medewerkers in vaste dienst en een viertal parttimers; tijdens de kijk- en veilingdagen wordt dit bestand aangevuld met enkele werkstudenten die liefst enige affiniteit met de materie moeten hebben, accuraat zijn en vriendelijk in de omgang. Tot de vaste medewerkers behoren een prentenspecialist, een kunst- en antiekspecialist met drie assistenten en Pruimers zelf, die met twee assistenten de boeken voor zijn rekening neemt, waarbij hij de ingebrachte boeken nog handmatig verwerkt en alles persoonlijk controleert.
Het streven is per jaar een achttal veilingen te houden: natuurlijk maken de boek-, prent-, kunst- en antiekveilingen het merendeel daarvan uit, maar uit het jaaroverzicht 2006 blijkt dat ook munten, penningen, speelgoed, militaria en wijn(!) onder de hamer kwamen.
De catalogi die deze veilingen begeleiden, zien er altijd prachtig verzorgd uit, met fraaie foto’s van de topstukken uit de komende veiling; zij hebben meestal een omvang die ligt tussen de 250 en 400 pagina’s. Achter in elke catalogus vindt men in numerieke volgorde de verkoopresultaten van de vorige veiling; van de niet verkochte artikelen blijft het nummer onvermeld.
Tijdens elke veiling bij Van Stockum is het een drukte van belang; men moet er heel vroeg bij zijn om een zitplaats te bemachtigen. De verhouding tussen het aantal handelaren en het aantal particulieren is ongeveer 40:60 ; de omzetcijfers daarentegen zijn precies andersom: handelaren nemen 60% voor hun rekening, particulieren 40%.

Van de veilingen die Peter Pruimers nu ruim vijfendertig jaar heeft geleid, zijn er enkele die volgens hemzelf beslist vermeldenswaard waren en die ik daarom nog graag even memoreer.
In juni 1981 was dat de historisch-juridische bibliotheek van Mr. Harm van Riel, (het destijds zeer bekende Eerste Kamerlid van de VVD met zijn Drentse tongval), waarvoor grote journalistieke belangstelling bestond.
In juni en november 1988 kwamen een drietal erotica-verzamelingen onder de hamer: van de psychiater Dr. H. Hirschfeld; van de Haagse antiquaar H. L. van der Kamp en van de uitgever en antiquaar W. N. Schors.
Beroepsverbazing gold een in december 1989 geveild Hebreeuws handschrift, dat getaxeerd was op fl.1.200. Het werd echter inzet van een felle strijd tussen een Amerikaanse en een Engelse koper; het gevolg was, dat de hamer pas viel bij fl.115.000, waarna de zaal pas weer durfde adem te halen! Een groot verzamelaar van cultuurhistorische boeken was de beroemde violist en musicoloog Willem Noske; na diens overlijden in 1995 werd zijn bibliotheek nog in juni van datzelfde jaar geveild.
Tot slot noem ik nog de veiling van de bibliotheek van de Haagse kunsthistoricus L. J. van der Klooster tezamen met een gedeelte van de bibliotheek van F. C. Terborgh (nom de plume van de diplomaat R. Flaes), die plaats vond in juni 2003.














Links: een veiling in 1982, met Peter Pruimers - in karakteristieke houding - als veilingmeester. Rechts: het veilinglokaal, nu in 1992, vanuit een andere hoek; ‘de man met de hamer’ is dezelfde, maar ietsjes ouder!


Heden en toekomst van Van Stockum’s Veilingen.


In februari 2006 had ik enkele gesprekken met Peter Pruimers, naar aanleiding van honderd jaar zelfstandigheid van Van Stockum’s Antiquariaat/Veilinghuis. Ik vroeg hem wat zijn mening was over het optreden als veilingmeester van Alexander Pechtold ( Pechtold, A. ) - enige maanden (2006) Minister van Bestuurlijke Vernieuwing & Koninkrijksrelaties en politiek leider van D’66 - die van 1992 tot 1997 in dienst was van Van Stockum. Hij vertelde dat Pechtold door zijn soepele manier van omgaan met mensen van allerlei slag en verschillende achtergrond, een zeer goede afslager was geweest en op een gegeven moment zelfs adjunct-directeur was geworden; het had hem erg had gespeten dat hij zijn loopbaan niet bij Van Stockum wilde voortzetten. Hij vertrouwde me zelfs toe dat hij stiekem had gehoopt in Pechtold een opvolger te vinden die Van Stockum’s Veilingen had kunnen voortzetten als hij, Pruimers, de pensioengerechtigde zou hebben bereikt.

Tegen het eind van ons gesprek suggereerde ik dat het zeker steeds moeilijker werd om in deze tijd, waarin toch minder gelezen lijkt te worden - en er bij miljoenen huishoudens vrijwel geen boekenkast meer te vinden is - bruikbaar veilingmateriaal bij elkaar te 'sprokkelen'.
Maar tot mijn verbazing en blijde opluchting gaf hij te kennen dat daarvan gelukkig nog geen sprake is. Integendeel zelfs: het kost hem geen enkele moeite zijn twee jaarlijkse boek- en prentveilingen ruimschoots van materiaal te voorzien! Wel is het zo, dat het aangebodene in vergelijking met vroeger te algemeen van aard is geworden; speciale (vak)bibliotheken en z.g. liefhebbersbibliotheken komen minder vaak onder de hamer; die worden steeds schaarser.
Een voorbeeld van wat dertig jaar geleden ondenkbaar zou zijn geweest in een Van Stockum- veilingcatalogus aan te treffen, stond in die van de novemberveiling 2005, met no.211 : Kresse, H.G. Eric de Noorman.Dl. I-XLIII (Amsterdam, ca. 1948-’59). 43 Vols of the series, etc.etc. Geschatte opbrengst euro 700.- En vlak daaronder met no. 212: Kuhn, P. De avonturen van kapitein Rob. Dl. 1-10, 20-47. 2e serie: dl. 1-9. Amsterdam, Het Parool, (ca. 1946-1960) 47 vols of the series. Geschatte opbrengst eveneens euro 700.-







Kapitein Rob en Eric de Noorman bij Van Stockum’s Veilingen: ”bien étonnés de se trouver ensemble”.

paragrafen in dit hoofdstuk

imageInleiding.

imageEen eerste kennismaking met de grondlegger van ons bedrijf.

imageOver antiquaar en antiquariaat, over boekbeschrijven, catalogiseren en collationeren.

imageDe zaken gaan voorspoedig.

imageSchatgraven, veilingen en het belang van goede catalogi.

imageDe opvolgers van Kerling: het Peter Pruimers tijdperk.

imageAntiquarenbeurzen en internet.

Home | Contact | Zoek in 17 miljoen leverbare titels