Home> 1 Een 'uitgestapt' veilinghuis > Over antiquaar en antiquariaat, over boekbeschrijven, catalogiseren en collationeren.

1Een 'uitgestapt' veilinghuis

Over antiquaar en antiquariaat, over boekbeschrijven, catalogiseren en collationeren.

Print deze paragraafPrint

Als intermezzo is het wellicht aardig wat meer te vertellen over het vak antiquaar - soms gecombineerd met dat van veilingmeester of veilinghouder - en wat in dit verband wordt verstaan onder boekbeschrijven, catalogiseren en collationeren.
Tot ongeveer het midden van de negentiende eeuw staat in ons land de handel in oude boeken evenals de daarmee samenhangende wetenschappelijke beoefening van de kennis omtrent het antiquarische boek in vrij gering aanzien. Onverschilligheid en onkunde ‘dropen van veel catalogi af’! Pas daarna kwam de tijd dat men ook in Nederland ging inzien dat veel boeken belangrijk waren voor de geschiedenis; men begon ze in magazijnen te bewaren en er werden betere catalogi gemaakt, waarin de belangrijkheid van het boek werd beschreven en het werd aangeboden tegen prijzen die vroeger ongehoord waren.
Wat is een antiquaar? Welnu, hij is in ieder geval geen antiquair, waarvan de omschrijving in de Van Dale luidt: ‘handelaar in oude kunst en siervoorwerpen’.
Met een antiquaar bedoelen we een professionele handelaar in handschriften, oude boeken en oude prenten en kaarten. Onder oude boeken verstaan we die boeken die vóór 1800 zijn verschenen en vaak ook nog latere uitgaven van een zeker niveau die niet meer via de moderne boekhandel verkrijgbaar of bestelbaar zijn.
Het is een vak dat vooral vóór de Tweede Wereldoorlog weinig aanzien, weinig status had. Men had het destijds in de volksmond al snel over ‘boekenjoden’: marktkooplui en ongeschoolde opkopers van oude boeken, helaas werden daar de serieuze en goed onderlegde antiquaren gemakshalve ook toe gerekend.
De term ‘modern antiquariaat (of ramsj)’ wordt meestal gebruikt voor (grote) partijen fondsrestanten die uitgevers langs deze weg tegen sterk verlaagde prijzen proberen te slijten. Vaak bestaan deze partijen uit teveel geproduceerde literatuur en kunstboeken, terwijl men er ook een ruime sortering planten- ,dieren- en kookboeken in kan aantreffen. Het is ook allang geen geheim meer, dat er uitgevers zijn die zich speciaal toeleggen op het maken van ramsj!

Om zijn voorraad op peil te houden beperkt de eigenlijke antiquaar zich gewoonlijk alleen tot het kopen uit de tweede hand. Hij koopt enkele boeken die de eigenaar van de hand wil doen, of neemt hele bibliotheken over; voorts tracht hij op verkopingen of bij collega’s boeken te verwerven waarvan hij meent ze weer voordelig te kunnen verkopen!
Het is een goede gewoonte van elke antiquaar om in ieder boek de aankoopdatum en de inkoopsprijs - in code - te vermelden; meestal staat dan de verkoopprijs achter- of voorin het boek vermeld.
De meeste antiquaren zijn gespecialiseerd in één of meer wetenschappelijke vakgebieden en vormen daardoor een bron van informatie voor wetenschappers en bibliothecarissen en andere geïnteresseerden bij het traceren van werken op hun vakgebied of het zoeken naar ontbrekend materiaal voor hun bibliotheek. Hieruit volgt dat een degelijk antiquaar over meer dan gewone taal- en letterkundige en historische kennis moet beschikken; hij moet elk boek in zijn vakgebied naar zijn inhoud kunnen beoordelen; zelfs mag van hem worden verwacht dat hij van meer en minder bekende antiquarische titels de tijd van hun ontstaan, hun verschillende uitgaven en commentaren kent. Behalve kennis van de moderne talen is kennis van het Latijn - en in mindere mate van het (oude) Grieks - absoluut onontbeerlijk.

Wellicht het belangrijkste en moeilijkste - vooral voor de beginnende antiquaar - is de bepaling van de waarde van een boek. Het duurt jaren voordat hij de nodige zekerheid heeft verkregen om te weten wat hij voor een bepaald boek kan bieden om het in een later stadium weer met enige winst te kunnen doorverkopen. Want behalve met de intrinsieke waarde van het boek heeft hij ook rekening te houden met de vaak sterk wisselende kwestie van vraag en aanbod, de smaak van de boekenliefhebber(s), de uitwendige toestand van het exemplaar en andere denkbare criteria. In onze tijd wordt hem daarbij echter een zeer waardevol hulpmiddel geboden: het internet. Op eenvoudige manier kunnen immers via dit medium prijsvergelijkingen met collega’s worden gemaakt en dat maakt het vaststellen van de eigen handelsmarge een stuk makkelijker.
Er zijn vele manieren van verzamelen en er zijn vele soorten verzamelaars: de één koopt uitsluitend eerste drukken van een bepaalde schrijver, de ander slechts boeken gedrukt in kleine oplagen waarvan elk exemplaar genummerd is. Weer een ander maakt jacht op boeken uit de bibliotheek van een beroemd persoon, verzamelt oude reisbeschrijvingen of liedboekjes , etc.etc.

Het begrip antiquaar, wetenschappelijk antiquaar dus, ontstaat eigenlijk pas in het midden van de 19e eeuw; daarvóór werd deze handel min of meer door straathandelaren gedreven of als bijzaak uitgeoefend. Als grondlegger van het wetenschappelijk antiquariaat mag hier niet onvermeld blijven de naam van Frederik Muller ( Muller, F. ) de beroemde bibliograaf en veilinghouder, tevens eerste bibliothecaris van de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels (1845-1877). Naar hem werd vernoemd het Frederik Mullerfonds, dat veel bijdragen heeft geleverd aan de Nederlandse bibliografie; ook de hogere beroepsopleiding voor bibliotheek, documentatie, boekhandel en uitgeverij te Amsterdam is aanvankelijk naar hem genoemd; later is die naam gewijzigd in Instituut voor Media en Informatie Management en in 2006 koos men opnieuw een andere naam en wel VOB/Boekacademie.




Frederik Muller (1817-1881)


Naast het wetenschappelijk antiquariaat onderscheiden we nog: het bibliofiel antiquariaat, dat zich toelegt op de verkoop van zeldzame boeken, manuscripten, autogrammen en eerste drukken, kortom alle boeken waarvan niet alleen de inhoud waardebepalend is, maar ook de manier van drukken, de oplage, jaar van verschijnen, de illustraties, enz.; voorts het kunst antiquariaat dat boeken verhandelt waarin de verschillende kunsten worden beschreven. Hierin kan men zich uitgebreid specialiseren, b.v. in tijdperken of in de vele verschillende kunsten die er bestaan;
het tijdschriften antiquariaat, waarin behalve tijdschriften ook vervolgwerken van wetenschappelijke uitgevers, instituten en genootschappen worden verhandeld. Het is duidelijk dat men over veel ruimte moet kunnen beschikken; sommige tijdschriften bestaan uit honderden afleveringen en het completeren van sets vereist veel geduld en accuratesse. Omslagen dienen te worden bewaard omdat veel bibliotheken het tijdschrift niet als compleet beschouwen wanneer de omslag hiervan ontbreekt!

Publicaties over het antiquariaat in Nederland zijn zeldzaam en namen van bekende of beroemde antiquaren verschijnen pas aan het begin van de 20e eeuw, een enkele uitzondering daargelaten.
(Terwijl ik aan dit stuk schrijf - begin 2006 - komt mij echter ter ore, dat prof. P.J. Buijnsters ( Buijnsters, P.J. ) momenteel werkt aan een geschiedenis van het antiquariaat in Nederland waarvan de verschijningsdatum in 2007 is voorzien! Het boek is inmiddels leverbaar, ik corrigeer zojuist deze tekst in maart 2007.) Nederland behoort tot de landen die het veilen van boeken het eerste hebben toegepast; op het eind van de 16e eeuw begon men daarmee en de eerst bekende boekveiling was die van de bibliotheek van Philips van Marnix van St. Aldegonde in 1599 te Leiden; de catalogus hiervan berust nog steeds in de bibliotheek van de Kon.Acad.van Wetenschappen in Amsterdam. Het Museum Meermanno (Museum van het Boek) aan de Koninginnegracht in Den Haag heeft ruim 1600 catalogi van verschillende veilingen in zijn collectie.

Ons land kent momenteel enkele honderden antiquariaten en/of veilinghouders , grote en kleine. Tot de allerbekendste behoren of behoorden: Beijers, Bestebreurtje, Brill, Burgersdijk & Niermans, Coebergh, Emmering, Forum, Bob de Graaf, Van Huffel, Gijsbers & van Loon, Frits Knuf, Van der Peet, Pfann, Rosenthal en vader ( Stockum sr., W.P. van ) en zoon ( Stockum jr., W.P. van ) W.P. van Stockum.
Enkele namen van de meest bekende antiquaren: ik begin dan maar met de legendarische Herman Egbert Kern (1879-1960) hoofd antiquariaat van de voormalige N.V. Martinus Nijhoff. Hij overleed net enkele maanden nadat ik zelf bij deze toen nog wereldberoemde firma in dienst was getreden en ik herinner mij nog goed, hoe iedereen onder de indruk was van zijn heengaan en hoe hij werd geroemd als een fenomeen op bibliografisch gebied, met een fotografisch geheugen. De laatste eigenaar-directeur, Wouter Nijhoff Pzn. (1895-1977) en diens opvolger Anton Gerits ( Gerits, A. ) waren ook antiquaren van naam. Gerits is de enige Nederlandse antiquaar van wie, voor zover mij bekend herinneringen zijn verschenen; in het jaar 2000 kwamen zijn memoires uit onder de titel Op dubbelspoor en Pilatusbaan.
Tweedehands boekwinkeltjes waren en zijn er genoeg in Den Haag, maar de stad is nooit rijk bedeeld geweest met echte antiquariaten zoals in andere vergelijkbare steden als Utrecht, Leiden of Amsterdam. Maar ván de antiquaren die Den Haag gekend heeft waren er dan ook wel enkele van internationale allure: Max Meijer Elte, John Vloemans, Kees Jongbloed ( Jongbloed, K.P. ) (specialist in juridische boeken), J.B.J. Kerling ( Kerling, J.B.J. ) , Wilhelm Junk en de reeds genoemde generaties Nijhoff en Van Stockum.

Alweer spant Amsterdam hier de kroon!
Een zeer beroemd antiquaar was Menno Hertzberger, de initiatiefnemer tot de oprichting van de Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren in 1935, dit samen overigens met o.a. J.B.J. Kerling (Van Stockum’s Antiquariaat). Verder noem ik nog - eveneens in Amsterdam - A.L. (Dolf) van Gendt, A. Horodisch van antiquariaat Erasmus, de broers Bob, Max en Nico Israël, Max Schuhmacher en P. Valkema Blouw. Evenmin mogen worden vergeten , E(dgar) Franco, H.L. Gumbert en F. W. (Bubb) Kuyper.
Een heel aparte naam op antiquarengebied heeft de firma De Slegte. In de meeste grote steden in Nederland en ook in enkele Belgische heeft men vestigingen waarin men zowel ramsj aanbiedt als echte antiquarische boeken van hoog niveau. Antiquaar: op het eerste gezicht mogelijk een stoffig vak; maar de mogelijke ontdekking van die ene zeldzame incunabel, ook wel wiegedruk genoemd, (een met losse letters gedrukt boek van vóór 1500) tussen een stapel oud papier, of de krankzinnig hoge prijs die voor een eerste druk op een veiling wordt betaald, blijft toch tot de verbeelding spreken!

Een heel belangrijk onderdeel van het vak van de veilingmeester- antiquaar is gelegen in zijn vermogen een ordentelijke, duidelijke en correcte catalogus samen te stellen van al datgene dat hij in een verkoping wil aanbieden. Wij zagen eerder dat Van Stockum sr. hierin kennelijk zijn tijd vooruit was en dat aspect wil ik hierna nader uitwerken om een idee te geven waaraan een goede catalogus moet voldoen, en - maar niet te diepgravend - wat ‘het boekenvak’ verstaat onder boeken beschrijven, catalogus, catalogiseren en collationeren. De belangstellende lezer zal m.i. voldoende hebben aan een korte uitleg hoe antiquaar en boekhandelaar in de dagelijkse praktijk met deze pijlers van hun vak te maken krijgen.

Het woord bibliografie betekent boekbeschrijving; kort samengevat verstaat men daaronder een gedrukt overzicht van boeken op een bepaald gebied. Nauw daarmee samenhangend: kennis omtrent geschiedenis en techniek van de boekdruk, de uitwendige beschrijving van het boek en hoe bibliografieën worden gemaakt. Daaruit afgeleid volgt dan het praktische ‘bibliograferen’ zoals met name de antiquaar het toepast. (Want in het hoofdstuk over de Boekhandel zullen we n.l. zien dat de moderne, wetenschappelijke boekhandelaar aan het begrip ‘bibliograferen’ een afwijkende betekenis toekent.)
Hoe gaat de antiquaar-boekbeschrijver te werk?
Om zo volledig en goed mogelijk te werken is het wenselijk de titel te beschrijven naar de in natura aanwezige boeken (autopsie genoemd); waarbij de titelpagina als grondslag dient. Men rangschikt dan veelal als volgt:
auteursnaam (of een woord uit de titel indien de auteursnaam ontbreekt) ; vervolgens boektitel (hoofd- en eventuele ondertitel) ; daarna eventueel de vermelding van de vertaler, bewerker, illustrator en dergelijke ; aanduiding van druk of uitgave, gevolgd door het impressum (plaats van uitgave, uitgever en jaar van verschijnen); voorts het formaat, aantal pagina’s, eventueel de serietitel en opgave van het aantal delen; dan nog de annotatie, bestaande uit nodige of nuttige aanvulling van de gegevens betreffende het te beschrijven boek. Als laatste wordt dan de prijs vermeld (en bij veilingcatalogi tegenwoordig de geschatte opbrengst). (Vermelding van de geschatte opbrengst is nog niet zo erg lang in zwang; het gebruik komt uit Duitsland en is in Nederland geïntroduceerd door antiquaar Gumbert van Beijers Veilinghuis in Utrecht. Van Stockum doet het sinds begin 1980.)
Als afronding van dit tijdrovende precisiewerk komen de twee laatste fasen: het alfabetiseren ofwel het rangschikken van de zojuist gemaakte titelbeschrijvingen en het rubriceren daarvan.

We kennen verschillende methoden om een bibliografie of catalogus samen te stellen, maar antiquaren werken vrijwel uitsluitend met een systematische rubriekencatalogus. Daartoe is het onvermijdelijk dat de antiquaar een helder begrip heeft van omvang, samenhang en classificatie van de wetenschappen: hij moet immers weten tot welke wetenschappen de onderwerpen waarover zijn boeken handelen behoren.
In de loop der eeuwen zijn al heel wat indelingsstelsels ontworpen, waarvan uiteindelijk het decimale classificatiesysteem van Melvil Dewey - verschenen in 1876 - wegens zijn uniformiteit en universaliteit nu overal wordt toegepast door archieven, bibliotheken, informatie- en documentatiecentra en het boekenvak in al zijn facetten.
Dit systeem is praktisch en internationaal bruikbaar, terwijl door de rubricering met cijfertekens de rubrieken onbeperkt kunnen worden onderverdeeld door gebruikmaking van de eigenschap van tiendelige breuken, door toevoeging van cijfers achter de komma.

Dewey verdeelde het menselijk weten en kunnen in tien rubrieken, die de cijfers 0 tot 9 ontvingen:

0. Algemeen
1. Wijsbegeerte
2. Godsdienst
3. Sociale wetenschappen
4. Taalwetenschap
5. Zuivere wetenschappen
6. Toegepaste wetenschappen
7. Kunst, spel en sport
8. Letterkunde
9. Aardrijkskunde, geschiedenis

Elke rubriek is nu verder verdeeld in tien onderrubrieken, elk van deze wéér onderverdeeld in tien afdelingen enz., dit kan zo doorgaan naar behoefte.
Een voorbeeld ter verduidelijking:
Hoofdgroep 3: Sociale wetenschappen is verdeeld in 10 afdelingen waarvan 34: Rechtswetenschap.
347. is dan Privaatrecht; dan zijn als verdere onderverdelingen mogelijk:
347.7. Handelsrecht
347.72. Handelsverenigingen
347.723. Commanditaire vennootschappen
enz.enz.

Het grote nut van het Dewey-systeem is dat het voor alle Westerse landen kan gelden, omdat het schema van de indeling gebaseerd is op Arabische cijfers die nu eenmaal internationaal zijn. Alle titels over één onderwerp – in welke taal ook – worden onder hetzelfde cijfer aangetroffen, b.v. 368.1: Brandverzekering, Feuerversicherung, Fire insurance, Assurance contre l’incendie etc.
Tenslotte nog een korte verklaring van het begrip collationeren, dat eigenlijk niets meer betekent dan nagaan of een boek compleet is.
Dat is een nauwkeurig werkje van geduldig nazien of er geen bladzijden, bijlagen, inhoudsregisters, platen of andere illustraties aan het boek (of tijdschrift) ontbreken. Vaak is het raadplegen van het titelblad en/of de inhoudsopgave al voldoende om dat te constateren. Wanneer van een boek niet direct kan worden vastgesteld of het compleet is moet men z’n toevlucht nemen tot het raadplegen van een bibliografie dan wel een bibliotheek, waar het boek gecatalogiseerd is en daarvan de gegevens overnemen.
Een hulpmiddel bij het collationeren van zeer oude boeken zijn de custoden of bladwachters: onder aan de rechterzijde van de bladzijde vindt men het eerste woord van het volgende blad afgedrukt.
Dat het collationeren van tijdschriftenseries nog veel ingewikkelder kan zijn laat zich raden!

Tot slot vind ik het passend en enigszins vanzelfsprekend om kort enkele negentiende- en twintigste-eeuwse bibliografen te memoreren die grote bijdragen hebben geleverd aan de wetenschappelijke boekbeschrijving en de appreciatie van het vak van antiquaar.
Frederik Muller heb ik al genoemd; zijn iets oudere tijdgenoot Johannes Willem Holtrop, bibliothecaris van de Koninklijke Bibliotheek en diens zwager en opvolger M. F. A. G. Campbell hebben naam gemaakt met enkele specifieke bibliografieën. Samen werkten zij o.a. aan de totstandkoming van de Catalogus librorum saeculo XVe impressorum quotquot in Bibliotheca Regia Hagana asservantur, uitgegeven door Martinus Nijhoff die daarmee de grondslag legde voor de faam die dit uitgevershuis sindsdien op boekwetenschappelijk gebied verwierf.
Nu de naam Nijhoff is gevallen noem ik maar meteen Wouter Nijhoff die in de eerste helft van de 20e eeuw samen met de beroemde Dr. Maria E. Kronenberg aan diverse bibliografieën heeft gewerkt, voornamelijk van de incunabelen en post-incunabelen.
Heel belangrijk in verband met bovenstaande is ook geweest Dr. P.A. Tiele, een leerling en medewerker van Frederik Muller. Zijn ‘Bibliotheek van Nederlandsche Pamfletten’ was het eerste wetenschappelijke bibliografische werk dat in ons land het licht zag. Het is veelzeggend dat alle latere pamflettenverzamelingen volgens Tieles systeem werden bewerkt. Niet voor niets is de stichting die de wetenschap van het boek in ons land bevordert naar hem genoemd.
Tot slot noem ik nog pater Dr. Bonaventura Kruitwagen, de leermeester van Maria Kronenberg. Volgens vele deskundigen was Kruitwagen de grootste van alle beoefenaren van de boekwetenschap dank zij zijn enorme kennis, die zich niet beperkte tot het boek als zodanig maar zich uitstrekte over het hele geestesleven in de tijd van de vroege drukken.

paragrafen in dit hoofdstuk

imageInleiding.

imageEen eerste kennismaking met de grondlegger van ons bedrijf.

imageOver antiquaar en antiquariaat, over boekbeschrijven, catalogiseren en collationeren.

imageDe zaken gaan voorspoedig.

imageSchatgraven, veilingen en het belang van goede catalogi.

imageDe opvolgers van Kerling: het Peter Pruimers tijdperk.

imageAntiquarenbeurzen en internet.

Home | Contact | Zoek in 17 miljoen leverbare titels